Advocaat
mr. Ivonne Wagenaar
mr. Marten Vos
Bureaujurist
mr. drs. Geke Knol
Als een kind zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd kan de kinderrechter hem onder toezicht stellen van een gezinsvoogdij-instelling.
Er moet niet alleen sprake zijn van een ernstige situatie, ook moet (door de verzoeker) aannemelijk worden gemaakt dat andere middelen ter afwending van de ernstige bedreiging hebben gefaald of naar alle waarschijnlijkheid zullen falen.
Een verzoek tot een OTS kan worden ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming. Ook het openbaar ministerie kan een OTS vorderen.
Ten slotte kan het verzoek worden ingediend door de persoon die de minderjarige het kind als behorend tot zijn gezin verzorgt of opvoedt. Dit kunnen zijn: de ouders; de echtgenoot of partner van de ouder met gezag; maar ook de pleegouders. Het verzoek moet door een advocaat worden ingediend.
Een uithuisplaatsing is een ingrijpende en vaak traumatische gebeurtenis.
Het kind en de ouders krijgen begeleiding van een gezinsvoogdijinstelling. jeugdzorg bijvoorbeeld. Een medewerker daarvan, de gezinsvoogd , houdt contact met de ouders en helpt met problemen. Indien men het niet eens is met de OTS en/ of UHP kan daartegen verweer worden gevoerd. Een advocaat kan daarbij rechtsbijstand verlenen.
Ook tegen een schriftelijke aanwijzing van de gezinsvoogd (waar verblijft het kind en hoe vaak is er omgang) kan beroep worden ingesteld. Verzocht wordt dan de aanwijzing vervallen te verklaren.
Het verzoek moet binnen veertien dagen na datum schriftelijke aanwijzing bij de rechtbank worden ingediend.
De ouder of het kind kan ook later, als de aanwijzing al een tijd geleden is gegeven, de gezinsvoogdijinstelling verzoeken de aanwijzing als gevolg van gewijzigde omstandigheden te wijzigen. Dit gebeurt middels een bezwaarschrift
Van essentieel belang is dat er een vertrouwensrelatie ontstaat tussen het kind en de gezinsvoogd en ook tussen de ouders en de gezinsvoogd. Indien dit niet zo is kan een verzoek tot wijziging van de gezinsvoogd of van de gezinsvoogdijinstellling worden ingdiend.
Belangrijk is te beseffen dat het gezag niet aan de gezagsouder(s) wordt ontnomen, maar slechts wordt beperkt. Niet de ouder, maar het kind wordt onder toezicht gesteld. Vaak hebben ouders het gevoel dat zij niets meer over hun kind te zeggen hebben. Dat zij buiten spel staan.
De gezinsvoogd bepaalt bijvoorbeeld hoe vaak er contact is tussen ouder en een uit huis geplaatst kind. Vaak vinden ouderseb/of kind dit contact te weinig. Hiertegen kan bezwaar worden gemaakt en beroep ingesteld bij de kinderrechter.
Een kind heeft het recht om op te groeien en te worden opgevoed door de eigen ouders(s). De gezinsvoogdijinstelling heeft in beginsel de plicht en de taak om zo snel mogelijk te werken aan terugplaatsing. Daar moet de aandacht en inspanningen op gericht zijn . Dit gebeurt soms in onvoldoende mate. Hoe langer een kind in een pleeggezin of instelling verblijft hoe geringer is de kans dat het kind wordt teruggeplaatst..
Daarom is het van belang om zo spoedig mogelijk na de uithuisplaatsing de juridische middelen te benutten om het kind(eren) teruggeplaatst te krijgen.
Een kind ouder dan 12 jaar en ouder kan zelfstandig procederen tegen beslissingen van de gezinsvoogd.
On- en minvermogenden komen voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking (pro deo advocaat).