Problemen met Jeugdzorg

Er is veel kritiek op Jeugdzorg, en vaak terecht. Denk hierbij aan ouders die hun kinderen die uit huis zijn geplaatst te weinig te zien. Jeugdzorg die niet of onvoldoende werkt aan terugplaatsing. Een slechte verstandhouding met de gezinsvoogd. Ontoereikende indicatiebesluiten en behandelplannen. Het oneens zijn met aanwijzingen van de gezinsvoogd. Plaatsing in gesloten jeugdzorg.

U staat niet alleen en u bent niet machteloos!

De wet biedt mogelijkheden om op te treden tegen door u ervaren onrecht. Neem contact met ons op.

===========================================================================================

 

Uitgangspunt is dat bedreigde kinderen moeten worden beschermd tegen aantoonbare verwaarlozing en aantoonbare mishandeling, in welke vorm dan ook.  De huidige wetgeving biedt de overheid voldoende bescherming om in te grijpen.

ECHTER : Jeugdzorg , de Raad voor de Kinderbescherming  zeggen openlijk niet aan waarheidsvinding te doen.

Voor een uithuisplaatsing is een indicatiebesluit  vereist dat door Jeugdzorg wordt opgesteld. Dit indicatiebesluit vormt de grond voor de ots en uhp.  In het indicatiebesluit staan echter regelmatig vermoedens, onjuistheden, onwaarheden,  of zelfs regelrechte leugens.  Het “niet pluis” gevoel  is voldoende en de (vage ) gronden worden daar naar toe geschreven.  

De rechter zou de stellingen en “feiten”  van Jeugdzorg - die door ouders gemotiveerd worden betwist - moeten toetsen op hun waarheidsgehalte. Dit gebeurt helaas  te weinig. 

De kinderrechter  accepteert regelmatig  deze door Jeugdzorg gepresenteerde  “feiten en stellingen” zonder nader onderzoek naar de waarheid. Dus ook geen waarheidsvinding door de kinderrechter.

De kinderrechter toetst (meestal) slechts marginaal.  Met andere  woorden: is aan de formele eisen voldaan. De materiele toetsing: kloppen de  gepresenteerde feiten, blijft achterwege. 

De kinderrechter spreekt vervolgens de ots en/of uhp uit op formele gronden.  Hierdoor ontbreekt de legitimiteit van de rechterlijke beslissing.  De meeste kinderrechters zullen dit standpunt niet onderschrijven.  Wagenaar advocaten en veel andere jeugdrechtadvocaten herkennen uit eigen ervaring deze praktijk .   

Het is belangrijk dat ouders in een vroeg stadium de kinderrechter ervan proberen te overtuigen dat de feiten  niet –of deels niet – kloppen. Dat betekent procederen. Jeugdzorg neemt het ouders zelfs regelmatig kwalijk dat zij gebruik maken van hun wettelijk recht om te vechten voor hun eigen kinderen, met als “argument”: het belang van het kind. De gezinsvoogd voelt zich gedwarsboomd door daadkrachtige ouders die niet opgeven.

Een ondertoezichtstelling en/of  uithuisplaatsing  die is gegrond op onwaarheden is onrechtmatig . Zelfs schrijnend vanwege het ingrijpende karakter.  Zeker niet in het belang van het kind!  Door deze  rechtspraak  binnen het Jeugdrecht heeft een gezinsvoogd veel macht. Te veel macht omdat de gezinsvoogden te laag opgeleid zijn voor deze zware taak.

Het ontbreekt hen veelal aan psychologische kennis en andere vereiste deskundigheid. Jeugdzorg  is een log en bureaucratisch overheidslichaam.  

Op het moment dat een ots of uithuisplaatsing dreigt: bijvoorbeeld omdat een  AMK  melding aan de orde is en een Raadsonderzoek is aangekondigd is het raadzaam om zo snel mogelijk  de strategie te bepalen om een ots of uhp te voorkomen. 

Hulpverlening in een “vrijwillig kader” is  helaas  in de praktijk van Jeugdzorg veelal niet vrijwillig.

Eigen meningen  en standpunten van ouders worden niet gewaardeerd en uitgelegd als hulp mijdend. Op zich weer een grond voor een kinderbeschermingsmaatregel.